Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Roosendaal, Hyman

Bron / Auteur: 'Kent u ze nog... de Enkhuizers' door D. Appel

Hyman Roosendaal met zijn driekoningenster
Hyman Roosendaal met zijn driekoningenster
‘Sanne met de ster’. Zo kende men vroeger in Enkhuizen en wijde omgeving de man, die zingend langs de deuren trok. De ster bestond uit een geraamte van latwerk en touw. Deze was beplakt met doorschijnend papier, waarop allerlei plaatjes waren geplakt. De ster kon met de hand in een ronddraaiende beweging worden gebracht. Binnenin de ster was een lichtje aangebracht, een kaars of lantaarntje . Zo was het net een ‘lichtende sterre’.

Hij zong een driekoningenlied, waarvan de herkomst niet meer te achterhalen is. Het lied moet al eeuwen oud zijn. De verzen werden vaak van vader op zoon overgedragen, zonder op papier te zijn gezet. De tekst zal daarom waarschijnlijk, hier en daar, wel eens afwijken van het oorspronkelijke. Hyman Roosendaal zong zijn eentonige melodie langs de straten en hield zijn hand op om geld in ontvangst te nemen Hij kon dat met zijn grote gezin in de toenmalige vaak armelijke omstandigheden best gebruiken.


De achterkant van de driekoningenster
De achterkant van de driekoningenster
Het driekoningenlied

Weest nu verblijdt gij menschen al
En dank de Heer der Heeren
Dat wij hier nog zijn op dit aardsche dal
Wilt U tot God bekeeren.

God is een verlosser van ons al
Hij is geboren al in een stal
Te Betlehem geprezen
Het welkom zoo moet God wezen
’t was de achterste dag, was ’t kindje klein
’t Is naar de joodsche wet besneden
Maar God die stortte zijn dierbaar bloed
Al uit zijn teere leden

Zijn naam was Jezus zoet en rein
En God zal ons een Verlosser zijn
We leven nog boven maten
God zal geen mensch verlaten
Van groot noch klein
Komen wij hier tot schijn

Drie koningen uit het Oosten
Die kwamen zoo naar Betlehem
Een ster die haar vertroosten
Maar toen zij kwamen al voor dien stal
In Betlehem op die aardsche dal
Al waar zij Jezus vonden
In doeken rein gebonden

Mijn ziele moet U loven
Zoolang deez’ dag van ’t jaar
Toen gij o God van boven
Verkeeren kwam op aard
En wordt een menschenkind
Dat men in doeken windt

Om te geven het eeuw’ge leven
Ja die Gij mint
Aanbiddelijke Heere
Vol glans in zijn majesteit
Die duizend der engelen Heere

Als God van de eeuwigheid
Hoe kent gij Uws vaders Zoon
Zoo heilig en zoo schoon
Dit verliezen
Al om te kiezen
’t Is het aardsche woord

Ik zie veel wondere heden
Als men op alles let
En de jongste die daal beneden
En buigt zich voor de wet
Zoo dat er een zwakke maagd
Haar eigen schepper draagt
En wordt moeder van deez’ hoeder

Ja die haar zag
Maria zoete moeder
Ik zie gij zoogt het kind
Gij zelf is Uw moeder

Uw vader die U mint
Die met de heilige geest
Bevruchtzaam is geweest
Grootste wonder, wat men hieronder
De Zoon hij leeft.



Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube