Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.      Sluiten
 

Malsen, Maria van

Bron / Auteur: Serge ter Braake

MALSEN, Maria van (geb. Den Haag? – gest. Enkhuizen 1584), vrouw van watergeus Sonoy; zij zou hem geholpen hebben zijn arrestatie te ontlopen. Dochter van Otto van Malsen (ca. 1494-1558), secretaris van het Hof van Holland, en Margareta Splinter. Maria van Malsen trouwde in 1555 met Diederik Sonoy (1529-1597), vanaf 1572 gouverneur van Enkhuizen en het Noorderkwartier. Uit dit huwelijk werden voorzover bekend 1 zoon en 1 dochter geboren.
De familie Van Malsen was afkomstig uit de Gelderse ridderschap, maar de overgrootvader van Maria van Malsen was al leenman in Holland. De naam 'Maria' komt vaak voor in de familie Van Malsen. Uit de kwartierstaat op een rouwbord in de kerk van Pieterburen blijkt dat zij een dochter was van Otto van Malsen en Margareta Splinter.

Naar verluidt huwde Maria van Malsen in 1555 met de Kleefse edelman Diederik Sonoy en betrok zij met hem een woning in Den Haag. Het echtpaar kreeg twee kinderen: een dochter Emmerentia, die huwde met Luert Maninga en later met Tammo Condersz., en een zoon Lambertus. In 1566 sloot Sonoy zich aan bij het Verbond der Edelen en in 1568 werd hij door de Raad van Beroerten verbannen. Het echtpaar vluchtte naar Emmerik. Toen Alva in 1571 Sonoy daar wilde laten arresteren, bleek hij afwezig. Vervolgens, aldus Pieter Bor in zijn Nederlantsche oorloghen (1621), waarschuwde Van Malsen haar man, zodat hij kon ontkomen: ‘Hier van [: de poging tot arrestatie] heeft jonkvrouw Maria van Malsen, Sonoys huisvrouw, haar man terstond geadverteerd, ten einde dat hij op zijn hoede wezen zou’ (240vo).

De regent-dichter Onno Zwier van Haren (1713-1779) wilde Maria van Malsen in 1773 tot onderwerp van een treurspel maken om aan te tonen dat de nog korte geschiedenis van de Republiek wel degelijk stof bood voor treurspelen. Het treurspel zou als titel Jonkvrouw Maria van Malsen of Noord-Holland verlost hebben moeten dragen, maar hij heeft het nooit geschreven. Van Haren zag in het verhaal een mogelijkheid het thema ‘liefde’ op het toneel te brengen: hij wilde Van Malsen afschilderen als een heldin die uit liefde koos voor een huwelijk met de ter dood veroordeelde geus Sonoy. Of hij daarbij ook haar rol in de bijna-arrestatie voor ogen had, blijkt echter nergens.
In zijn Geschiedenis der watergeuzen (1840) memoreert Van Groningen de ‘kloekmoedigheid’ van Maria van Malsen bij Sonoys bijna-arrestatie. Erg bekend is deze heldendaad echter nooit geworden. Zo werd in de Navorscher van 1854 gevraagd wat Van Malsen precies had gedaan om in aanmerking te komen als onderwerp van een treurspel van Van Haren. Als antwoord kwam dat Van Haren waarschijnlijk het optreden van Van Malsen in 1571 te Emmerik in gedachten had gehad, zoals door Van Groningen beschreven (1840). Door haar man te waarschuwen voor de arrestatie had ze Noord-Holland voor de Republiek behouden, omdat Sonoy een van de belangrijkste geuzenleiders zou worden.

Maria van Malsen overleed te Enkhuizen, waar haar echtgenoot in 1572 door Willem van Oranje tot gouverneur was benoemd. Later werd zij bijgezet in de kerk te Pieterburen, in het graf van Sonoy, die vanaf 1594 daar in de omgeving zijn laatste levensjaren had gesleten.

Bron:
Braake Serge ter,  Malsen, Maria van, in: Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland.  URL: http://www.inghist.nl/Onderzoek/Projecten/DVN/lemmata/data/Malsen [07/04/2009]

Volg ons via RSS
Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook
Volg ons op Youtube